Fysiotherapeuten praktijk Van Smeden

in Marum, Groningen

Onze specialisaties

Onze praktijk is gespecialiseerd in verschillende disciplines binnen de fysiotherapie, zoals oedeemfysiotherapie, manuele therapie en sportfysiotherapie. Hieronder vindt u meer informatie.   Tip: klik op de pijltjes voor meer of minder details!

Manuele therapie

Manuele therapie is bedoeld voor mensen met klachten in het functioneren van het bewegingsapparaat; dat wil zeggen het niet goed werken van gewrichten in wervelkolom, armen en benen. Als u een gewricht slecht kan bewegen, of u heeft daar pijn, dan kan manuele therapie uitkomst bieden.

Het doel van manuele therapie is enerzijds het beter laten functioneren van de gewrichten en anderzijds uw houding en bewegingen te verbeteren. Hiervoor gebruikt de manueel therapeut een aantal specifieke technieken die op de gewrichten kunnen worden toegepast.

Een manueel therapeut is een fysiotherapeut die na zijn vierjarige opleiding voor fysiotherapie een driejarige opleiding voor manuele therapie heeft gevolgd. Daarmee heeft hij extra kennis opgedaan van de bewegingsmogelijkheden van het lichaam en in het bijzonder van de wervelkolom. Door zijn gespecialiseerde opleiding is de manueel therapeut uitstekend in staat om de oorzaak van uw klachten te beoordelen. Zo kan hij voor iedereen een oplossing op maat voorstellen.

Voorbeelden van klachten die een manueel therapeut kan behandelen:
• hoofd- en nekpijn in combinatie met het slecht kunnen bewegen van de wervelkolom;
• nek- en schouderklachten met uitstraling naar de armen;
• lage rugklachten, al dan niet met uitstraling naar de benen;
• hoge rugklachten, al dan niet in combinatie met rib- en borstpijn;
• duizeligheid bij het bewegen van de nek;
• kaakklachten, al dan niet in combinatie met nekklachten;
• oorsuizen
• heupklachten.
Al tijdens het onderzoek bij de eerste afspraak zal blijken of en hoe uw specifieke klacht verholpen kan worden. Direct na de eerste afspraak heeft u dus duidelijkheid over de verdere behandeling.

De manueel therapeut kent een aantal specifieke technieken die in de gewrichten kunnen worden toegepast, om de gewrichten beter te laten functioneren en je houding en bewegingen te verbeteren. De effecten zijn vaak direct merkbaar: u voelt een verbetering van de bewegingsvrijheid en een afname van pijn. Het behandelprogramma van de manueel therapeut bestaat verder uit het geven van goede instructies, adviezen, begeleiding en inzicht in gezond bewegen.

De manueel therapeut kan gebruik maken van zogenoemde mobilisatie en manipulatie technieken. Bij de behandeling kan er een ‘ hoorbare klik’ optreden maar dat is geen vereiste. Louter en alleen een hoorbare klik kan niet als een manipulatie opgevat worden. Een geslaagde manipulatie gaat dan ook niet per definitie gepaard met een klik geluid (“ kraken”). Er is geen sprake van het zgn. “rechtzetten” door “kraken” wat vaak wordt beweerd.

Na de behandeling kan u wat napijn ervaren, dit mag 1 a 2 dagen duren. Houd u er rekening mee dat u geen intensieve activiteiten op de dag van de behandeling plant.

Oedeemfysiotherapie

Fysiotherapeutenpraktijk Van Smeden is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie binnen de Lymfologie (NVFL).

Lymfoedeem en fysiotherapeutische behandeling

Lymfoedeem is een abnormale ophoping van eiwitten en vocht in het lichaamsweefsel. Dit is het gevolg van een verstoord evenwicht tussen aan- en afvoer van vocht. Lymfoedeem ontstaat vaak geleidelijk en kan een chronisch karakter krijgen.
Lymfoedeem kan aangeboren zijn (primair lymfoedeem) of verworven als gevolg van een andere aandoening (secundair lymfoedeem). Bekende vormen van secundair lymfoedeem zijn het armlymfoedeem na een borstoperatie met okselklier- verwijdering of het beenlymfoedeem na bijvoorbeeld een buikoperatie. Patiënten die na een operatie radiotherapie en/of chemotherapie ondergaan, hebben een grotere kans op het ontwikkelen van lymfoedeem. De klachten die kunnen ontstaan bij lymfoedeem zijn: pijn, vermoeidheid, gespannen en zwaar gevoel, zwelling, beperkingen in bewegingen, beperkingen in dagelijks functioneren.

De behandelmogelijkheden
Genezing van lymfoedeem is door de behandelaar niet altijd mogelijk. De behandeling is voornamelijk gericht op het terugdringen of het niet doen toenemen van oedeem in b.v. arm of been. Dit om het normaal functioneren van de ledematen te herstellen.

De fysiotherapeutische behandelmogelijkheden voor lymfoedeem bestaan uit:

  • Voorlichting/adviezen
  • Manuele lymfedrainage / oedeemtherapie in combinatie met zwachtelen
  • Oefentherapie, houding- en bewegingsadviezen
  • Het begeleiden bij het laten aanmeten van een elastische kous.Dit is gebruikelijk bij de behandeling van lymfoedeem indien een stabiele situatie is ontstaan
  • Evt. Ademhalingsoefeningen en ontspanningsoefeningen

De manuele lymfedrainage is een massage techniek met als doel de afvoer van lymfevocht te bevorderen. Het zwachtelen heeft als doel om de omvang van het oedeem te verminderen, en de bereikte omvangvermindering te onderhouden zolang er geen elastische kous is.
Oefenen is een belangrijk onderdeel binnen de behandeling. De oefeningen hebben als doel de spierpompfunctie van een arm of been te bevorderen. Namelijk, door het aanspannen van de spieren wordt de doorbloeding aangezet en dit bevordert ook de lymfedoorstroming.

De behandeleffecten / doelstellingen
De gekozen behandeling en de uiteindelijke behandel-effecten zijn afhankelijk van de ernst, oorzaak en duur van het oedeem.

De behandeleffecten zijn doorgaans:

  • omvangvermindering
  • spanningsafname
  • pijnvermindering
  • functieverbetering
  • afname van infectiekans

Sportfysiotherapie

Sportfysiotherapeuten bieden herstellende, preventieve en prestatiebevorderende zorg aan bij sportbeoefening, van breedtesport tot en met topsport.

Bij sportfysiotherapie is het kenmerkend, dat de doelstellingen minder gericht zijn op het beïnvloeden van stoornissen, maar meer op beperkingen en deelname tijdens de uitoefening van sportactiviteiten, zowel breedte-, wedstrijd-, als topsport.

De sportfysiotherapeut onderscheidt zich vooral door specifieke kennis en vaardigheden die belangrijk zijn voor de sportrevalidatie.
De keuze die hij maakt voor specifieke therapievormen is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten (evidence based practice), praktijkervaringskennis en de in de (sport)fysiotherapie ontwikkelde richtlijnen.

De sportfysiotherapeut is met zijn specifieke competenties in staat om de algemene fysiotherapeutische verrichtingen aan te passen aan het niveau van de sporter en de patiënt. Hij neemt daarbij (inspannings)fysiologische en biomechanische processen in acht die een rol spelen bij de beperking/blessure en die beïnvloed moeten worden om weer op het oude sportniveau, of beter, te kunnen presteren. Daarbij is het belangrijk om tijdens de revalidatieperiode de algehele conditie zo goed mogelijk te onderhouden door het aanbieden van vervangende trainingsarbeid.

Myofasciale pijn en triggerpoints

Myofasciale pijn is een algemene medische term om pijn te beschrijven, die zijn oorsprong vindt in de spieren en de spiervliezen, ‘fascia’ genaamd. Het begrip ‘Myofasciale pijn’ verwijst naar klachten van het bewegingsapparaat, die gepaard gaan met uitstralende pijn en verlies van spierfunctie.

De intensiteit van de klachten kan zeer uiteenlopend zijn: van een licht, oncomfortabel gevoel tot een zeer hevige pijn, waardoor iemand niet meer kan functioneren.

Myofasciale pijn wordt veroorzaakt door Myofasciale Triggerpoints. Het opmerkelijke is, dat deze Triggerpoints zich vaak op een heel andere plaats bevinden, als waar de pijn gevoeld wordt. Wel is het zo, dat iedere spier een vast omschreven uitstralingsgebied heeft, waar de myofasciale pijn zich manifesteert. Een speciaal geschoolde therapeut herkent de pijnklachten van de patiënt en kan het betreffende Triggerpoint opsporen. Druk op het Triggerpoint geeft vaak de voor de patiënt herkenbare uitstralende pijn.

Wat is een triggerpoint?
Een triggerpoint is een samentrekking van een klein deel van een spier. Deze samentrekking is door een ervaren therapeut te voelen als een knoop/verdikking in de spier. Deze knoop heeft ongeveer de grootte van een erwt. Een triggerpoint is niet hetzelfde als spierkramp. Je spreekt van kramp als een complete spier zich heftig samentrekt. Een triggerpoint is een samentrekking van een klein deel van de spier. Een spierkramp kan zich binnen enkele minuten weer ontspannen. Triggerpoints ontspannen zich om fysiologische redenen niet zo snel.

De kenmerkende symptomen van een triggerpoint

  • Afgeleide pijn
    Afgeleide pijn is het meest kenmerkende voor een triggerpoint. Simpel gezegd is afgeleide pijn, pijn die je voelt op een andere plaats in het lichaam. Elk triggerpoint heeft zijn eigen kenmerkende uitstralingsgebied. De triggerpoints en hun kenmerkende pijnpatronen zijn in kaart gebracht dankzij het 60 jaar durende pionierswerk van Dr Janet G. Travell (1901-1997). Spanningshoofdpijn, kaakpijn, oorpijn en ischias kunnen uitingen zijn van afgeleide pijn. Pijn in de onderrug kan afkomstig zijn van triggerpoints in de billen, buikspieren en zelfs kuiten.
  • Samendrukken van bloedvaten en zenuwen
    De triggerpoints kunnen op zenuwen drukken die in de buurt van het triggerpoint lopen. Dit leidt dan tot abnormale sensaties als verdoofdheid, jeuk, een brandend gevoel en overgevoeligheid in de gebieden die door de zenuw worden bediend. Dit gebeurt het meest in armen en handen. Ook kan een triggerpoint een bloedvat samendrukken.
  • Problemen met bewegen
    Om te bewegen is het nodig dat sommige spieren zich verkorten en dat andere langer worden. Triggerpoints kunnen ervoor zorgen dat een spier beide niet graag doet. Uitrekken en samentrekken van de spier verergert de pijn, waardoor je geneigd bent steeds minder te bewegen. Doordat de aangedane spier steeds minder hoeft te doen, worden andere spieren meer belast. Op die manier ontwikkelen ook die spieren triggerpoints. Hierbij kunnen hele ledematen en soms een hele lichaamszijde betrokken raken.

Het ontstaan van een triggerpoint
Een triggerpoint kan ontstaan door een acute (verkeerde beweging, ongeluk) of chronische (langdurige verkeerde werkhouding) overbelasting. Meestal ontstaan klachten door een samenhang van verschillende factoren. Bijvoorbeeld: een combinatie van overbelasting van de betreffende spier (door werk of trauma etc.) met ongunstige omstandigheden zoals stress, vermoeidheid, slechte voeding, spieren die niet kunnen ontspannen etc. Soms is de oorzaak voor het ontstaan van de klacht voor een patiënt duidelijk (b.v. val van een trap) maar vaak weet men niet precies de oorzaak en zijn de klachten geleidelijk ontstaan en toegenomen.

Behandeling
Tijdens mijn behandeling maken we gebruik van verschillende technieken. Enkele van deze technieken worden hierna kort toegelicht:

  • Triggerpointmassage. Bij onderzoek wordt gezocht naar triggerpoints die de herkenbare pijn opwekken. Tijdens de behandeling worden deze triggerpoints gemasseerd. Hiervoor kun je verschillende massagetechnieken toepassen.
  • Spierrekkingen. Triggerpoints zorgen voor verkorting van spieren. Na de triggerpointmassage wordt de spier gerekt. Dit wordt ook wel gedaan door de contract-relax methode. Hierbij wordt de spier een paar keer licht aangespannen waarna hij vervolgens beter kan ontspannen. De patiënt krijgt meestal ook rekoefeningen mee naar huis.
  • Strijkingen met ijs. Het ijs zorgt voor een verdoving waardoor makkelijker kan worden gerekt. Vervolgens wordt de huid weer verwarmd.
  • Opsporen van klachtenonderhoudende factoren. Als triggerpoints snel weer terugkomen zijn er vaak klachtenonderhoudende factoren. Enkele hiervan zijn: beenlengteverschil, een verkeerde werkhouding, teveel herhaalde bewegingen als computerwerk, stofwisselingsstoornissen, psychologische factoren etc.
  • Mobiliseren van de aangedane gewrichten. Mobiliseren is simpel gezegd losmaken. De therapeut maakt door verschillende technieken de gewrichten mobieler, daar waar nodig. Dit wordt eerst passief en later actief gedaan. Bij actief mobiliseren helpt de patiënt mee.
  • Actieve oefentherapie: Dit komt bij spierproblemen pas aan de orde als de spieren weer goed op lengte zijn en zo goed als pijnvrij. Als er te snel met spierversterkende oefeningen word begonnen geeft dat vaak toename van pijnklachten. Als de spieren weer herstellen zijn de dingen die men in het dagelijks leven doet al voldoende activiteit. Wil men daarna weer bepaalde sporten gaan beoefenen is actieve oefentherapie wel gewenst.
  • Vanzelfsprekend dient u als patiënt een actieve rol in te nemen in de behandeling, door eventuele adviezen en oefeningen uit te voeren en actief mee te denken met de behandeling.

Fysiotherapie bij chronische pijn

Wanneer men wat betreft zijn pijnklachten medisch is uitbehandeld, krijgt men vaak te horen: “U moet er mee leren leven”. Dit is gemakkelijk gezegd, maar niet zo eenvoudig om te doen.

Er bestaan behandelmethoden, zogenaamde pijnprogramma’s, die tot doel hebben de gevolgen van chronische pijn te behandelen, gericht op het leren omgaan met de pijn en niet om de pijn weg te nemen.

Doel van dit programma
Een pijnprogramma is bedoeld te helpen om, ondanks de pijn, zo goed mogelijk te functioneren. Bij chronische pijn spelen zowel lichamelijke en sociale factoren een rol. Waarschijnlijk is in het verleden gebleken dat lichamelijke factoren niet of nauwelijks te beïnvloeden waren: ondanks uitgebreid onderzoek en behandeling bleef U pijn te houden.

Zoals gezegd, spelen ook psychische factoren een rol. Dit betekent niet, dat pijnklachten inbeelding of psychisch van aard zijn. Wel is het zo dat hoe men over zijn/haar pijn denkt, wat men doet en laat vanwege de pijn, hoe de gezinsleden er mee omgaan en de eigen gevoelens de pijnervaring sterk beïnvloeden. Deze psychische aspecten van pijn werken zijn belangrijk voor de pijnbeleving.

Tijdens het programma wordt aan een aantal belangrijke gevolgen van het hebben van langdurige pijn gewerkt:

  • Uw lichamelijke conditie
    Meestal laat de lichamelijke conditie van mensen met chronische pijn te wensen over. Vanwege de pijn gaat men steeds minder bewegen, activiteiten uitvoeren. Dit leidt uiteindelijk tot een verslechterde conditie. Daardoor wordt men nog meer beperkt in het dagelijks functioneren. Op een doordachte manier wordt geleerd verschillende oefeningen uit te voeren. Door het oefenen verbetert de conditie. Als de lichamelijke conditie verbetert, kan men weer meer en voelt men zich ook beter.
  • De spierspanning
    Mensen met pijn ervaren vaak meer spanning. Pijn vertaalt zich lichamelijk in gespannen spieren. Tijdens het programma leert men zich te ontspannen, ook in moeilijke situaties. Ontspannen mensen met een goede conditie voelen zich beter en hebben de indruk ‘bergen te kunnen verzetten’.
  • Leren omgaan met pijn
    Om te kunnen omgaan met pijn is het belangrijk om te weten wat pijn precies is. Informatie wordt gegeven over pijn en de factoren die de pijn beïnvloeden. Daarbij wordt ingegaan op de eigen situatie. Welke rol spelen deze factoren en op welke wijze is dat te veranderen?
    Overigens wordt ook de (eventuele) partner bij het programma betrokken. Deze leert de juiste manier van reageren voor het geval er eens “een terugval” is.

Wanneer is dit pijnprogramma zinvol?
Het programma is geen ‘wondermiddel’. Voor het slagen van het programma is de eigen inzet belangrijk. De opzet is te leren ‘zinvol te leven met pijn’. Men moet dus niet verwachten dat de pijn na afloop van het programma verdwenen is. Is men nog altijd op zoek naar een behandeling die de ‘pijn wegneemt’, dan is dit pijnprogramma niets voor u.

Ook moet men zich realiseren dat zo’n programma een flinke investering vraagt. Er bestaan geen kant en klare oplossingen. Men moet zelf werken aan veranderingen die belangrijk zijn. Dit kan voor iedereen anders zijn.

Arbeidsreïntegratie

Omdat een groot deel van het leven op het werk doorgebracht wordt, is het belangrijk dat de werkplek prettig en comfortabel is. De werkplek moet toegerust zijn op de taken, die er worden uitgevoerd. Het gaat op de werkplek dus om de balans tussen praktisch en prettig.

Werkplekonderzoek
Fysiotherapeuten hebben regelmatig te maken met patiënten, waarbij hun aandoening een relatie heeft met het functioneren in de werksituatie. Om deze patiënten goed te kunnen behandelen en begeleiden bij het hervatten van het werk (arbeidsreïntegratie), kan een bezoek aan c.q. onderzoek van de werkplek van de patiënt noodzakelijk zijn.

Het belang van een goed werkplekonderzoek wordt steeds duidelijker. Tijdens een werkplekbezoek wordt een relatie gelegd tussen werkzaamheden en lichamelijke (werkplekgebonden) klachten. Daarbij gaat het om de risico’s, inrichting en manier waarop mensen hun werkplek gebruiken. Inzicht hierin is een voorwaarde om een goede begeleiding te geven bij werkhervatting.

De therapeut die het onderzoek uitvoert zal kennis moeten hebben van medische zaken, van de werkplek en van het werk. Belangrijk is het om goed te kunnen luisteren en onbevooroordeeld een inschatting te maken van belastende factoren. Daarvoor moet de therapeut extra opleidingen gevolgd hebben.

Onderscheid tussen externe en interne factoren
Het maken van onderscheid tussen externe en interne factoren is hierbij doorslaggevend. Externe factoren zijn de zaken die betrekking hebben op de omgeving, waarin iemand zijn werk moet doen, zoals de werkplek, het werkklimaat en de taken die uitgevoerd moeten worden.
Interne factoren zijn zaken als de houding, de persoonlijke werkwijze en de persoonlijke stemming.

Het aanpassen van de externe factoren helpt niet afdoende wanneer de klachten voor een belangrijk deel door interne factoren veroorzaakt worden. Een patiënt met lichamelijke klachten, omdat hij of zij zich niet op het gemak voelt in de werksituatie, wordt bijvoorbeeld niet geholpen met een dure bureaustoel.

Gespecialiseerde fysiotherapeut
Een gespecialiseerde fysiotherapeut heeft de kennis om een werkplekonderzoek goed uit te voeren. Hij is op de hoogte van de samenhang tussen het menselijk functioneren, de arbeidstaak, de werkomgeving en middelen waarmee gewerkt moet worden, evenals het werkgedrag. Daarnaast is hij bekend met wet- en regelgeving betreffende werkplekken, werkplek-ergonomie, lichaamshouding in relatie tot arbeidstaken en het opzetten van een werkplekprotocol.

Bekkenproblemen

Ongeveer 1 miljoen Nederlanders hebben in meer of mindere mate last van bekkenklachten. Dat maakt deze problematiek, na dementie en gewrichtsklachten, tot het derde grote gezondheidsprobleem in Nederland, wanneer men het heeft over aandoeningen, die niet direct levensbedreigend zijn.

De fysiotherapeut bij bekkenklachten
In het verleden werd het bekkengebied vaak als taboe beschouwd. Nu men de positieve inbreng van onder andere de fysiotherapeutische zorg inziet, wordt de fysiotherapeut vaak om hulp gevraagd bij het behandelen van deze klachten.
Van die fysiotherapeut, die tegenwoordig mensen met bekkenproblemen behandelt, wordt verwacht, dat zij of hij beschikt over benodigde specifieke kennis en vaardigheden en daarnaast op een juiste manier met deze klachten weet om te gaan.

Kennisniveau van de fysiotherapeut
De fysiotherapeut, die zich verdiept heeft in de bekkenproblemen, heeft kennis van:

  • anatomie: de anatomie van het bekkenbodemgebied van de man en de vrouw
  • klachten: de meest voorkomende bekkenbodemklachten
  • signalering: het signaleren van bekkenbodemklachten door het afnemen van een goede anamnese en intake
  • differentiëren: het differentiëren tussen over- en onderactiviteit van de bekkenbodemspieren
  • constateren: het constateren en behandelen van “bekkeninstabiliteit”
  • relatie tussen klachten: de relatie tussen bekkenproblemen en klachten in andere delen van het lichaam, bij voorbeeld lage rugklachten

Behandelen
Om bekkenklachten te behandelen is de therapeut in staat een juist behandelplan op te stellen. In onze praktijk is Rikst daarin gespecialiseerd, waarbij zij zich vooral richt op bekkenklachten in relatie tot zwangerschap.

 

Daarnaast kent hij/zij de grenzen van de eigen deskundigheid:
“Wanneer en hoe moet ik doorverwijzen naar de huisarts of (paramedisch) specialist?”

Dry Needling

Dry Needling is, als onderdeel van een fysiotherapeutische behandeling, een effectieve manier om spierproblemen te verminderen. Door het aanprikken van een “knoopje” in een gespannen spier nemen spanning en pijn direct af.

De behandeling richt zich op klachten, waarbij spieren (vaak langdurig) gespannen zijn en pijn geven. Voorbeelden hiervan zijn: hoofdpijn, lage rugklachten of een tenniselleboog.

bij deze techniek wordt een knoopje (triggerpoint) in de spier aangeprikt met een steriele acupunctuurnaald. Hierop vindt in de spier een reactie plaats, waardoor ontspanning optreedt. Er wordt dus niets in de spier gespoten, daarom de term dry needling.

Het inbrengen van het naaldje voelt u niet of nauwelijks. Als het triggerpoint wordt aangeprikt kan het zijn dat de spier kort aanspant. Dat gaat zo snel, dat u er van kunt schrikken en soms is dit even pijnlijk. U kunt dan ook de “bekende” pijn ervaren. Dit fenomeen noemen we een “twitch response”. U kunt het ook warm krijgen of gaan transpireren, soms voelt u zich niet helemaal lekker. Dit zijn normale verschijnselen, die snel weer verdwijnen.

Dit concept is gebaseerd op anatomische en neurofysiologische principes en is beslist geen klassieke acupunctuur.

 

 

 

Wilt u persoonlijk advies of het inloopspreekuur bezoeken?

Nieuws rond de praktijk en ons vakgebied

Hooikoorts??

Bij medical taping is een tapetoepassing bekend, die hooikoortsklachten sterk kan verminderen. Wij gebruiken die regelmatig met succes.

Lees verder

Dry Needling

U kunt nu ook voor “dry needling” bij ons terecht. Rikst heeft de opleiding hiervoor met succes afgesloten. Meer informatie vindt u onder “specialisaties”.

Lees verder

Inloopspreekuur.

Sinds kort geven wij elke maandag, tussen 17.00 en 18.00 uur, gratis advies, geen behandeling, voor blessures bij sporten, en klachten bij bewegen of andere activiteiten.

Lees verder